Ik plaats hierbij de transcriptie van de ontdekking van Jan Clavaux.
Wellicht heeft iemand een idee waar ik verder kan zoeken. Wellicht is er een proces uit voortgekomen ?
Groet Marcel
Transcriptie: Not.Delft 8 febr. 1698 (inv.nr.4429 fol. 99):
Op huijden den 6 feb[ruarij] 1694, Compareerden
voor mij adriaen Leeuwenhoeck, not[ari]s publijcq, bij den
hove van Holland geadmitt[eerd] binnen der Stadt Delft
residerende, ende voorde naergenoemde getuijgen,
jan jans de groot, oud ontrent 60 jaren, Koornmolenaer
vande Lee molen ende aldaer woonagtigh, e[nde] pieter
jans van loghem, oud 25 jaren, wonende op de Schie buijten
de Rotterdamspoort deser Stadt, dewelcke attesteren
ten [ver]soecke van Cornelis heijndricqs van Keuij
wonende in den do[r]pe vande Lier, bij ware woorden in
plaatse van Eede, waer, e[nde] waeragtigh te wesen, dat
Sijluijden deposanten op dinsdagh den 26 der voorlede
Maand januarij 1694, ontrent de middagh, Met e[nde] bij den
Requirant sijn geweest ten huijse van franck pieters
Bockesteijn, herbergier e[nde] bode in de lier voors[eijt], e[nde] dat sij deposan]t[e]n
ten selver tijde in de voors[eide]huijsinge van hem boeckesteijn
hebben gevonden, de persoonen van . . . vander Meer
joris joris e[nde] alexander vander Beeck, als //dienaers oft// de opsigt hebben
vande wildernisse in den ambagte vande Lier voors[eit] e[nde] daer
ontrent //e[nde] als doen hebben gesien// dat den voorn[oemde] Alexander van der Beeck bij sigh hadde
seeckere hond //aen een touwtie gebonden// dat daer op des requirants broeder Arij Claes
Heijndricqs van der Keuij, tegens hem req[uiran]t seijde, ick moet mijn
hond wederom halen dat hij requirant daerop tegens sijn aen
sijn voorn[oemde] broeder vraagde, waer dat dan sijn hond was, waerop
verder sijn requirants broeder antwoorde e[nde] seijde Alexander geeffse,
denoterende daer mede den hond dewelcke den voorn[oemde]
Alexander vander Beeck, aen het voors[eijde] touwtie hadde , e[nde] om
desselffs // midde oft het// lighaem gebonden, dat den requirant bij den voorn[oemde]
van der beeck in de gemene //keucke// staende, het voors[eijde] touwtie
met sijn hand heeft overgegeven, aen den voorn[oemde] joris joris,
e[nde] dat den voorn[oemde] vander Beeck e[nde] eenen vander burgh die aldaer
mede present was, den haen van de snaphaen //off Roer// dewelcke hij
elck //bij// haer hadde den h overhaelden e[nde] den requirant
dreijgden te schieten e[nde] met de tromp na het lighaem setten
sonder dat sij attestanten hebben gehoord dat den req[uiran]t
[bladzijde 2]
de voorn[oemde] dienaers vande wildernisse eenige redenen
ofte occasie daertoe heeft gegeven, verclaard wijders
den voorn[oemde] p[iete]r jans van loghem heeft alleen gehoord te hebben
dat des requirants voorn[oemde] broeder Arij hendricqs vander
Leuij aen den voorn[oemde] alexander vander Beeck //vraagd// off hij Ordre
hadde vande Ed[ele] Heeren Meester Knapen //om den voors[eijde] mee te nemen // dat den voorn[oemde]
van der beecke daer op repliceerde e[nde] antwooorde ick hebbe
daer niet mede te doen, [ver]klaard nu den opgemelten
eerste deposant jan jans de groot //alleen//dat hij// selver daege// ontrent twee a drie
uuren voor het voors[eijde] gepasseerde heeft geweest ten huijse
van Maartie Leenderts bruijnswijck Wed[uwe] van heijndrick vander
Keuij wonende in de herberge vande Schenckkan in het ambagt
van Maasland //des req[uiran]ts moeder// e[nde] alsdoen gesien // e[nde] gehoort hebben// dat den voorn[oemde] alexander vander
Beecke, aldaer in de keucke is gecomen, alwaer den voors[eijde]
hond ontrent de bedstede op de vloer nederlagh, dat daer
op den voorn[oemde] Alexander vander Beecke, tegens de voorn[oemde] Maertie
Leenderts, Seijde ick moet dien hond mede nemen, waer op
de voorn[oemde] Maertie Leenderts, den voorn[oemde] Alexander vander
Beecke, seer instantelijck [ver]sogt e[nde] badt, dien hond niet mede
te nemen, dogh dat even wel tegens wil e[nde] danck tegens
den voorn[oemde] vander beecke, den voors[eijde] hond aen //een// touw heeft gebonden
e[nde] mede genomen, e[nde] [ver]trocken is verders niet getuijgende
gelende Sijluijden deposanten voor soo veel ijders gedeposeerde
aengaat //voor redenen van wetenschap als in de text en presenteren tselve des noots e[nde] daer toe [ver]sogt sijnde met solemnelen
Eede te sullen stercken, Consenterende hier van acte
gemaeckt e[nde] geleverd te werden in forma, aldus gedaen
e[nde] gepass[eerd] binnen delft voors[eijt], ten comtoire mijns Not[ari]s ter presentie van Cornelis Lardijn e[nde] gerrit Spruijt mijne
Klercquen als getuigen
Jan Jansen de groot
Pieter ijanse van lochum
C.Lardijn; P. Spruijt
D. Leeuwenhoeck
Notspubl. [Notaris Publijck]