Hallo Pauwel,
Ik heb een transcriptie poging gedaan m.b.t. de teksten bij perceel 6 in de andere 3 cijnsregisters
In cijnsregister 285 lees ik:
Arnoldus fi(lius) Hen(rici) de Goerle pre(sen)tia et lib(eri) Hen(rici) de Goerle
bren anden goet de bet… (en dan het cijnsbedrag)
Met daarboven de nieuwe cijnsplichtige Rutghers de Eycke
En in cijnsregister 286 lees ik:
Joh(ann)is fi(lius) Jo? Bemers ex p(ar)te Rutgh(er) de Eyck ex p[ra]to
iuxta Vloetbeempt q(uon)d(am) liberi Hen(rici) de Goerle de …. d(inari)
Id(em) ex p(ra)to d(ic)to H[eer] Jansbeempt sito sup(ra) da q)uon)d(am) ….
Hen(rici) … de … XIIII d(inari e(t) ort
De tekst in cijnsregister 283 is slecht leesbaar maar ik meen wel in de eerste regel te zien dat het de kinderen van Henrick van Goerle betreft.
Samengevat maak ik uit de 4 gezamenlijke cijnsregisters op dat de kinderen van Henrick van Goerle al in de periode van cijnsregister 283 (1381-1396) cijnsplichtig waren m.b.t. perceel 6. Dit terwijl hij zelf toen nog in leven was. Tijdens de periode van cijnsregister 285 (1421-1446) vertegenwoordigt Arnoldus de 3 zonen en gaat de cijnsplicht over op Rutger van Eyck. Tijdens de periode van cijnsregister 286 (1447-1464) heeft Joh(ann)is fi(lius) Jo? Bemers de cijnsplicht overgenomen van Rutger van Eyck en wordt het perceel gesplitst.
Ik hou me aanbevolen voor eventuele aanvullingen en verbeteringen die er ongetwijfeld zullen zijn gezien mijn nog geringe ervaring met middeleeuwse Latijnse teksten.