Een stukje uit een NRC-interview met Bert de Vries, voorzitter van de Koninklijke Vereniging Archiefsector Nederland, van 30 januari j.l.
Vraag:
"Het digitaal vrijgeven van de strafdossiers over collaboratie in de Tweede Wereldoorlog zou een eerste proeve van modern archiefbeheer moeten zijn. Maar dat is voorlopig uitgelopen op een teleurstelling. Wat ging er fout?"
Antwoord:
"De minister had eerst gezegd dat die archieven online openbaar zouden worden, maar dat werd vervolgens teruggedraaid, waardoor in de praktijk die dossiers nog steeds beperkt openbaar zijn. Met als gevolg dat familie van slachtoffers er nog steeds nauwelijks bij kunnen, maar die van de daders wel. Dat is belachelijk, een schande. Wat ons betreft, komt dat oorlogsarchief morgen online beschikbaar. Maar de minister wil dat nu eerst in een apart wetsvoorstel regelen. En dan is het aan de Tweede Kamer om daar spoed achter te zetten.
"Het Nationaal Archief had het allemaal goed voorbereid, in overleg met belangenorganisaties, burgemeesters en ook de Autoriteit Persoonsgegevens. Toch kwam die laatste last minute met die waarschuwingsbrief dat de privacywetgeving in de weg stond. Dan kun je als minister ook zeggen: „We nemen kennis van die waarschuwingsbrief, maar nemen die even niet in behandeling. Maar er was eind vorig jaar te veel paniek bij de ambtenaren van het Nationaal Archief en die van het ministerie van OCW. Het ministerie had ook boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens kunnen afwachten en die vervolgens aan de rechter kunnen voorleggen, daar zou ik voor zijn geweest.
„Archieven zijn er voor de openbaarheid en wij zijn niet op aarde gezet om pijnlijke geschiedenissen achter te houden. Wat mij betreft hadden die archieven al twintig jaar geleden openbaar mogen zijn. Maar nu zien mensen een overheid die onderling niet in staat is om zo’n kwestie op een normale manier op te lossen."
Wat mij betreft een visie waar ik me goed in kan vinden.